24 Grand Prix-weekenden en geen vakantie: het zware leven van F1-personeel
In dit artikel:
Het jaar in de Formule 1 legt steeds zwaardere druk op monteurs en ander personeel: met een kalender van 24 Grand Prix-weekenden en al in januari beginnende testdagen blijft er nauwelijks tijd voor vakantie. Elf teams zitten direct weer in de voorbereidingsmodus zodra een seizoen eindigt, waardoor het risico op overbelasting en burn‑outs volgens teambazen toeneemt.
Als reactie op die toenemende werkdruk schakelen teams over op extreem strakke planning en personeelsrotatie. Alpine’s operations-directeur Steve Nielsen zegt dat zijn ploeg zelfs al in december de bolide opbouwt en gedetailleerde schema’s opstelt om te garanderen dat er altijd genoeg mensen beschikbaar zijn. De klassieke scheiding tussen test‑ en racepersoneel bestaat niet meer: degenen die aan de auto’s sleutelen in de aanloop naar het seizoen reizen het grootste deel van het jaar mee naar Grands Prix, wat de personeelsbehoefte vergroot.
Om rustmomenten mogelijk te maken, worden nachtdiensten en rotaties tijdens testdagen ingevoerd — bijvoorbeeld in Barcelona en Bahrein — zodat monteurs naast hun beurt ook tijd vrij kunnen nemen. Ferrari‑teambaas Fred Vasseur waarschuwt dat juist monteurs het zwaarst worden getroffen; de verplichte fabriekssluiting rond kerst biedt niet automatisch herstel, omdat in de open periodes extra hard gewerkt moet worden.
Wie meer wil volgen over de nieuwste ontwikkelingen in de koningsklasse kan terecht bij de wekelijkse Formule 1‑podcast van GPblog op YouTube en Spotify.