Achtergrond: Hoe oliedollars de F1 hebben veranderd

zondag, 4 januari 2026 (17:23) - Formule1.nl

In dit artikel:

De Formule 1 is de afgelopen tien à vijftien jaar ingrijpend veranderd: na een periode van dalende kijkcijfers en weinig spektakel trok de sport vanaf het aantreden van Max Verstappen (2015) en vooral na de overname door Liberty Media in 2017 een nieuw, commercieel hoofdstuk open. Liberty betaalde destijds ruim 7 miljard euro voor de commerciële rechten met als doel de sport te moderniseren en wereldwijd te laten groeien. Dat is gelukt: in 2024 telde de F1 ongeveer 750 miljoen fans, het gemiddelde aantal toeschouwers per race is sinds 2017 met 34% gestegen en de jaaromzet liep op tot circa 3,5 miljard euro. Grote sponsordeals, zoals die van LVMH (ongeveer 144 miljoen euro per seizoen voor tien jaar), illustreren die commerciële aantrekkingskracht.

Een steeds groter deel van die financiën komt echter uit de Golfstaten. Sinds Bahrein in 2004 de eerste GP in de regio organiseerde en Abu Dhabi in 2009 volgde, investeren oliestaten structureel in circuits, evenementen en sponsorschappen. Qatar voegde zich recentelijk toe met een vernieuwd pitcomplex van zo’n 300 miljoen euro en een tienjarig contract tot 2032, ondersteund door Qatar Airways. Saudi-Arabië bouwde snel een spectaculaire nachtrace in Jeddah (gesponsord door Aramco) en plant een ambitieus tweede circuit in Qiddiya, met een gedurfde hellingbocht en een geraamde investering rond de 500 miljoen euro. Aramco betaalde eveneens grote sponsorbedragen, onder meer aan Aston Martin.

Die oliedollars leveren infrastructuur, banen en een commercieel succes op, maar roepen ook kritische vragen op. Tegenstanders wijzen op sportswashing: regimes gebruiken grote sportaankopen om hun imago te verbeteren en af te leiden van schendingen van mensenrechten. Daarnaast botst het imago van F1-campagnes rond duurzaamheid en inclusie met de energie-intensieve faciliteiten en airconditioning in hete woestijnpaddocks. Liberty en de teams voeren wel beleid om excessen te temperen — denk aan de budgetlimiet van 135 miljoen dollar sinds 2021, bedoeld om de concurrentie te egaliseren en kleinere teams ademruimte te geven — maar de afhankelijkheid van rijke staatsinvesteerders groeit.

Uiteindelijk staat de sport op een spanningsveld: recordopbrengsten en wereldwijde populariteit tegenover ethische en milieukritiek. De vraag die overblijft is in hoeverre Liberty en de Formule 1 bereid zijn nog meer te leunen op geld uit de woestijn, en welke grenzen zij daaraan willen stellen terwijl commercieel succes en geopolitieke belangen elkaar blijven kruisen.