Aston Martin: het auto-ongeluk dat iedereen zag aankomen
In dit artikel:
Aston Martin is in aanloop naar het F1-seizoen 2026 spectaculair onderuitgegaan, ondanks dat het team op papier alle ingrediënten voor succes had. Lawrence Stroll’s investeringen brachten topnamen en een overgang van klantenteam naar een fabrieksteam met Honda, maar de realiteit is dat het team begin 2026 verder van de top staat dan ooit.
De grote oorzaken: Honda’s motorprogramma liep vertraging op omdat de fabrikant eerst uit de sport stapte en later terugkeerde, waardoor veel ervaring uit de organisatie verdwenen was en de herstart achter andere motorbouwers aanliep. Tegelijk nam Aston Martin technische risico’s door zelf een nieuwe versnellingsbak te ontwikkelen in plaats van die van Mercedes te blijven gebruiken. Dat alles moest gecombineerd worden met een splinternieuwe fabriek en windtunnel bij Silverstone die te laat volledig inzetbaar waren, en met personeel dat niet op tijd op zijn plek zat.
Personele wisselingen maakten het plaatje erger. In anderhalf jaar tijd wisselden drie mensen de rol van teambaas (Mike Krack, Andy Cowell, Adrian Newey), en veel gerenommeerde technisch specialisten kwamen én gingen: Dan Fallows werd weggehaald maar werkt inmiddels elders; Enrico Cardile en Newey werden aangetrokken, terwijl Newey pas in maart 2026 volledig kon beginnen — twee maanden na concurrenten — en nu een ongebruikelijke dubbele rol als hoofdontwerper én teambaas vervult. Die instabiliteit en het gebrek aan continuïteit staan haaks op de rust en langdurige structuur die topteams volgens concurrenten als Zak Brown, Frederic Vasseur en Toto Wolff wel hebben.
Het gevolg: de wintertests en de start van het seizoen tonen een team dat zijn belofte niet waarmaakt. Aston Martin heeft de financiële middelen en infrastructuur om uiteindelijk om de bovenste plekken mee te doen, maar de combinatie van late faciliteiten, vertraagde motorontwikkeling, ingrijpende technische keuzes en veel wisselingen in leiding en personeel heeft de ontwikkeling ernstig vertraagd.
De cruciale vraag is nu of Aston Martin de rust en het geduld kan opbrengen om eerst intern orde op zaken te stellen—stabiliteit doorvoeren, het Honda-project laten rijpen en de nieuwe fabriek benutten—voordat het opnieuw ambitie naar resultaten probeert om te zetten. Met de juiste continuïteit blijft een herstel mogelijk, maar dat vergt tijd en minder impulsieve wissels aan de top.