Aston Martin vraagt toestemming aan de FIA om Lance Stroll te laten racen in Australië: "We krijgen groen licht"
In dit artikel:
Lance Stroll mocht ondanks het ontbreken van een kwalificatietijd toch aan de start verschijnen van de Grand Prix van Australië, nadat Aston Martin bij de FIA om een uitzondering had gevraagd. Stroll reed dit raceweekend in totaal slechts 16 ronden: een motorprobleem hield hem weg uit de derde vrije training en de kwalificatie, en uit voorzorg werd hij niet de baan opgestuurd vanwege een olielek. Daardoor voldeed hij niet aan de 107%-regel, die normaal vereist dat een kwalificatietijd binnen 107 procent van de snelste tijd ligt om deelname aan de race te garanderen.
Aston Martin voerde meerdere argumenten aan om toestemming te krijgen. Het team verwees naar de rondetijd van teamgenoot Fernando Alonso om te onderbouwen dat de wagen competitief genoeg was, en benadrukte Strolls ervaring (178 F1-starts) en de 859 kilometer die hij dit seizoen al met de bolide had afgelegd. Op basis van die gegevens stemde de FIA in met de dispensatie, waardoor Stroll op zondag kon racen.
Vergelijkbare verzoeken werden voor Carlos Sainz en Max Verstappen ingediend. Omdat beide rijders dat weekend en in recente weken aanzienlijk meer kilometers en competitieve rondetijden hadden gereden, lag er meer bewijs dat zij aan de 107%-norm zouden voldoen; ook voor hen werd toestemming verleend.
De zaak illustreert hoe teams en de FIA in uitzonderingssituaties de regels flexibel toepassen, waarbij zowel veiligheidsoverwegingen (zoals een olielek) als prestaties en ervaring meegewogen worden.