Benson: Verstappen evenaart F1-grootheden in mindere auto
In dit artikel:
BBC-journalist Andrew Benson rekent Max Verstappen tot een zeer kleine groep Formule 1-coureurs die een serieuze titelstrijd konden voeren zonder over de snelste auto te beschikken. Verstappen dreef Lando Norris en McLaren vorig seizoen tot het uiterste en kwam uiteindelijk slechts één punt tekort, terwijl Red Bull niet altijd het beste pakket had. Volgens Benson lijkt die prestatie op Fernando Alonso’s uitzonderlijke seizoen van 2012.
Benson noemt naast Verstappen ook Alain Prost, Lewis Hamilton en Ayrton Senna als voorbeelden. Prost versloeg in 1986 de Williams-coureurs Nigel Mansell en Nelson Piquet met een volgens Benson inferieure McLaren. Hamilton won in 2008 mogelijk eveneens zonder de beste auto en was in 2007 bij McLaren een sterke concurrent van Alonso, terwijl Ferrari volgens latere vergelijkingen over beter materiaal beschikte.
Alonso is voor Benson het duidelijkste moderne voorbeeld. In 2012 hield hij de titelstrijd tot de laatste race open met naar schatting de op drie na snelste auto. Hij verloor uiteindelijk van Sebastian Vettel en had volgens Benson mogelijk kampioen kunnen worden als hij buiten zijn schuld geen zware uitvalbeurten in België en Japan had gehad. Ook Mercedes was in 2017 en 2018 niet gedurende het hele seizoen dominant; Ferrari beschikte volgens Benson vaak over de snellere auto.
Verder noemt de journalist Sennas titels van 1990 en 1991 als mogelijke voorbeelden. Michael Schumacher is een minder duidelijke casus: zijn Benetton was in 1995 wellicht minder snel dan Williams, maar zijn Ferrari-titels kwamen volgens Benson niet met inferieur materiaal tot stand. De analyse onderstreept dat de beste auto doorgaans wint, maar dat uitzonderlijke coureurs de grenzen van hun materiaal soms kunnen overstijgen. Verstappen hoort volgens Benson nadrukkelijk in dat zeldzame rijtje thuis.
Vandaag Inside: Vandaag Inside verkozen tot beste en populairste website van 2026!