Binotto doet opvallende uitspraak over Schumacher: "Hij was als leider nog sterker dan als coureur"
In dit artikel:
Mattia Binotto, inmiddels topman bij Audi maar begonnen in 1995 op Ferrari’s motorenafdeling, blikt met veel waardering terug op de periode waarin Ferrari onder Jean Todt en met Michael Schumacher uitgroeide tot hegemonie in de Formule 1. In een gesprek voor de Beyond the Grid-podcast legt hij uit dat de kracht van dat succes niet alleen in Schumachers snelheid lag, maar vooral in de manier waarop hij de hele organisatie meekreeg.
Binotto benadrukt dat hij zichzelf altijd als technicus heeft gezien—"Ik heb altijd gezegd dat ik een motorman ben"—maar dat zijn loopbaan ook werd gevormd door leiders van wie hij leerde: Todt, Ross Brawn, Stefano Domenicali en ook Schumacher. Volgens hem verdient Schumacher evenveel erkenning voor zijn leiderschap als voor zijn legendestatus op de baan. Niet omdat hij formeel manager was, maar omdat hij door persoonlijke betrokkenheid en voorbeeldgedrag het team continu naar betere prestaties dreef. Hij legde hoge latten, eiste het uiterste van anderen maar begon bij zichzelf, en wist collega’s in de fabriek écht te bereiken, persoon voor persoon.
Todt’s rol ziet Binotto als cruciaal: hij bouwde een cultuur van discipline, harde arbeid en teamgevoel, zonder een cultuur van interne afrekening. Iedereen moest in dezelfde richting werken en excuses waren niet aanvaardbaar; het ging om samen vooruit duwen. Die aanpak gaf ruimte aan personen uit die periode om later belangrijke posities in de sport te bekleden—voorbeelden zijn Andrea Stella bij McLaren en Domenicali zelf bij de Formule 1.
Binotto stelt dat ondanks de enorme technische en organisatorische veranderingen in de Formule 1—grotere teams, hogere budgetten en complexere hybridetechniek—de kern van een winnend team onveranderd is. De mentale aanpak, de cultuur van doorzettingsvermogen en de bereidheid om samen verantwoordelijkheid te nemen, blijven volgens hem de bepalende elementen voor succes.
Kort gezegd ziet Binotto het Ferrari-tijdperk rond Todt en Schumacher als een schoolvoorbeeld van hoe leiderschap en cultuur de prestaties van een sportteam langdurig kunnen bepalen, en hij gelooft dat die lessen nog steeds toepasbaar zijn in het moderne racen.