Britse analisten zien perspectief voor Williams: 'Hopelijk zijn ze in 2027 op het McLaren-niveau'
In dit artikel:
Williams’ opmars dit seizoen is een van de opvallende verhalen in de Formule 1: na jaren van achteraan rijden staat het team weer rond het middenveld en boekte het zijn beste seizoen in bijna tien jaar. De oorzaak ligt vooral achter de schermen in Grove, waar een ingrijpende herstructurering van processen en organisatie plaatsvond. Die veranderingen leverden betere prestaties op de baan, maar gingen gepaard met interne frictie: sommige medewerkers vertrokken, anderen kwamen erbij. Verandering bracht pijn, maar ook duidelijk toekomstperspectief.
Analisten noemen James Vowles cruciaal in het herstel. Hij zou de cultuur hebben omgegooid, bevoegdheden hebben verschoven en de organisatie stapsgewijs hebben aangepast; dat heeft volgens waarnemers invloed op sfeer en inzet in de garage. Ondanks de progressie ziet Karun Chandhok Williams nog niet als topteam: het ontbreken van het niveau van Mercedes of McLaren blijft duidelijk, en echte concurrentiekracht verwacht hij pas rond 2027–2028.
Bernie Collins gelooft dat de komst van een nieuwe Mercedes-krachtbron Williams bovendien een extra duw kan geven; als die krachtbron dominant blijkt, zou Williams kans maken op de rol van derde snelste team — een factor die ook meespelde in Carlos Sainz’ overstap. Financiële en technische beperkte upgrades dit seizoen, gecombineerd met betere organisatie, worden gezien als een sterk signaal dat het team structureel vooruitgaat.
Tegelijkertijd klinken vraagtekens: Ted Kravitz prijst de rijdercombinatie Sainz–Alexander Albon, maar wijst op inconsistenties — Albon kende een zwakke slotfase terwijl Sainz podiums pakte — en twijfelt of de ontwerpafdeling klaar is om in 2026 echt met de top mee te kunnen doen. De centrale uitdaging blijft dan ook of Williams deze interne winst kan consolideren en uitbouwen richting het nieuwe reglemententijdperk.