Column: Brundle en F1 zijn toondoof na kritiek Verstappen, ze moeten zelf hun mond houden

donderdag, 16 april 2026 (12:34) - GPFans.com

In dit artikel:

Max Verstappen kaart aanhoudend problemen aan met de nieuwe power‑unitregels in de Formule 1 en kreeg tijdens de lentepauze te horen dat hij zich stil moest houden. De auteur van dit stuk vindt dat het juist gevaarlijk is coureurs te monddood te maken: hun kritiek is bedoeld om de sport te verbeteren, niet uit eigenbelang of frustratie.

Dit seizoen zijn de motorregels aangepast richting meer elektrificatie, met een veel grotere rol voor de MGU‑K (de kinetische motor/generator). Waar vroeger de verdeling tussen verbrandingsvermogen en elektrisch vermogen ongeveer 80–20 of 90–10 was, is die nu ongeveer fifty‑fifty. Daardoor lukt het auto’s tijdens een ronde vaak niet genoeg elektrische energie te recupereren, wat leidt tot het fenomeen dat aan het eind van rechte stukken de verbrandingsmotor overschakelt naar generatorstand om de batterij te laden — zogenaamde “super clipping”. Dat veroorzaakt plotselinge vermogensverliesmomenten en kan gevaarlijke situaties opleveren; als voorbeeld wordt de crash van Ollie Bearman op Suzuka genoemd.

Verstappen heeft in Australië, China en Japan – en al eerder halverwege 2023 – publiekelijk zijn zorgen geuit over deze ontwikkeling. Niet iedereen reageert begripvol: Sky‑analist Martin Brundle zei dat Verstappen moest stoppen met zeuren of anders vertrekken, en F1‑baas Stefano Domenicali bagatelliseerde de kritiek door te stellen dat inhalen gewoon inhalen is. De auteur noemt die reacties toonloos en contraproductief: kritiek van topcoureurs dient serieus genomen te worden omdat die voortkomt uit betrokkenheid bij de sport.

Er wordt een vergelijking gemaakt met NASCAR, dat eind jaren 2010 met het NA18D‑reglement hetzelfde soort problemen veroorzaakte — meer downforce en minder vermogen zorgden voor slechtere inhaalacties en veel ontevredenheid bij rijders en fans. NASCAR corrigeerde later met de NextGen‑auto’s en begon daarmee fouten recht te zetten.

De conclusie is dat de Formule 1 niet moet gaan zitten wachten tot het probleem zich jaren voortzet. Organisatoren, teams en commentatoren zouden nu erkenning moeten tonen en samen naar oplossingen zoeken, mede omdat kijkcijfers in meerdere Europese landen in 2026 al tekenen van onvrede laten zien. Kritiek van kampioenen als Verstappen moet niet worden weggewoven, maar als input worden behandeld om de races spannender en veiliger te houden.