'Communicatieafdeling Formule 1 zou niet lang rouwig zijn om vertrek Verstappen'
In dit artikel:
Max Verstappen heeft tijdens de recente testdagen in Bahrein scherpe kritiek geuit op de nieuwe Formule 1-reglementen: de viervoudig wereldkampioen noemde de nieuwe auto's "een ramp". De belangrijkste verandering dit seizoen is de verschuiving naar een fiftyfifty-verdeling tussen verbrandings- en elektromotorvermogen, met veel meer nadruk op batterijmanagement nadat onderdelen als de MGU‑H verdwenen zijn. Tests op het Bahrain International Circuit lieten volgens teams en simulaties zien dat de bolides hierdoor soms onnatuurlijk reageren: coureurs moeten op sommige plekken gas lossen om voldoende elektrische energie te bewaren voor de rechte stukken.
Niet alle rijders delen Verstappens onvrede. George Russell zei dat het wennen is maar snel went, en Lando Norris reageerde luchtig op Verstappens kritiek. Tegelijkertijd krijgt Red Bull veel lof voor de nieuw ontwikkelde krachtbron in samenwerking met Ford, en in de paddock wordt soms gesuggereerd dat Verstappen juist een voordeel kan hebben omdat hij logisch en strategisch denken tijdens een race goed beheerst — nuttig bij intensief batterijmanagement.
Voor Verstappen raakt de nieuwe aanpak echter aan de kern van wat hij onder Formule 1 verstaat: maximaal en technisch geavanceerd racen en zo hard mogelijk rondes rijden. Het moeten afremmen of langzamer rijden om later elektrisch vermogen te hebben staat daar haaks op. Lewis Hamilton steunde die zorg en noemde de regels "belachelijk complex", toevoegend dat coureurs haast een diploma nodig hebben om alles te overzien. Dat botst met de doelstellingen van het reglement — kosten verlagen, meer actie, eenvoudiger begrip en een groener imago — en vormt een PR‑probleem als de sport haar sterrijders niet meekrijgt.
Verstappens houding betekent niet dat hij stopt, maar zijn aandacht kan meer naar persoonlijke projecten zoals GT3 en simracen verschuiven. Voor de Formule 1 levert dat een lastig spanningsveld op: sportief verzet van de grootste namen kan commercieel en politiek gevoelig liggen.