F1-coureurs sluiten zich aan bij Verstappen en zetten vraagtekens bij kwalificatie: "Echt pijnlijk"
In dit artikel:
Charles Leclerc en Ollie Bearman stellen dat het tijdperk van de spectaculaire, alles-of-niets-kwalificatierondes voorbij is. Door de nieuwe motorregels (ingegaan in 2026) verschuift veel vermogen naar het elektrische deel van de krachtbron, waardoor coureurs continu energie moeten managen met lift-and-coast en super‑clipping. Waar vroeger in Q3 soms één gedurfde ronde veel kon opleveren, maken de complexiteit en de noodzaak om elektrische boost precies te timen zulke risico’s nu contraproductief.
Leclerc (derde in het kampioenschap achter Mercedes-rijders George Russell en Kimi Antonelli) zegt dat zijn oude aanpak in Q3 niet meer werkt: wanneer hij probeerde harder te pushen in Shanghai verloor hij juist tijd doordat de krachtbron “in de war” raakte. Hij benadrukt dat consistentie tijdens een hele sessie nu meer loont dan één spectaculaire ronde. Ook Haas‑coureur Bearman, dit seizoen knap vijfde in de stand, ondervond die beperking in China: zijn bochten waren sneller, maar hij verloor veel op de rechte stukken door gebrek aan elektrisch vermogen — een ontwikkeling die hij als “pijnlijk” omschrijft.
De kritiek van Leclerc en Bearman sluit aan bij eerdere opmerkingen van Max Verstappen over de 2026-auto’s. Gevolg: kwalificaties worden tactischer en minder spectaculair, met grotere nadruk op stabiliteit en energiemanagement dan op brute, ene perfecte ronde.