F1-journalist spreekt leegloop bij Red Bull tegen: "Hij is gewoon door Mekies ontslagen"

woensdag, 6 mei 2026 (13:38) - F1 Maximaal

In dit artikel:

Na het overlijden van Red Bull-oprichter Dietrich Mateschitz kwam het Oostenrijkse Formule 1‑team onder vuur te liggen vanwege een reeks vertrekkende medewerkers. De Telegraaf‑journalist Erik van Haren relativeert die heisa in een recente podcast: veel vertrekkers waren geen sleutelspelers, hadden begrijpelijke redenen of werden zelfs ontslagen door de leiding, en de beeldvorming als een „zinkend schip” is te eenzijdig.

Van Haren waarschuwt voor recency bias in de Formule 1: opinies wisselen snel na ieder raceweekend. Waar sommigen enkele weken geleden al het einde van Red Bull voorspelden, toont het team na de Grand Prix van Miami weer progressie, wat volgens hem het vertrouwen van Max Verstappen ten goede komt. Verstappen zelf heeft naar verluidt nooit serieus overwogen te vertrekken; de kleine verschillen tussen de topteams maken een overstap puur voor titelkansen onwaarschijnlijk.

Concrete voorbeelden onderstrepen Van Harens punt. Sommige vertrekkers, zoals monteur Ole Schack, verlaten het team na lange dienstjaren om persoonlijke redenen — zijn vertrek verandert weinig aan de sportieve kansen. Anderen, zoals Craig Skinner, verschenen pas in het nieuws bij hun vertrek en waren volgens insiders geen onmisbare krachten. Hoogprofielvertrekkers als Christian Horner (vertrokken), Jonathan Wheatley, Adrian Newey en Gianpiero Lambiase (naar McLaren uiterlijk 2028) verlieten Red Bull deels doordat succesvolle teams door het budgetplafond en interne dynamiek vanzelf personeelswisselingen krijgen; sommige kregen elders promoties.

Kort gezegd: de massale exodus is genuanceerder dan in de media vaak wordt voorgesteld. Van Haren benadrukt dat een mix van vrijwillige stappen, ontslagen, pensioen en carrièrekansen elders het beeld bepaalt — en dat sportieve verbetering na Miami aantoont dat Red Bull nog lang niet afgeschreven is.