Ferrari zet alles op staal en verandert stilletjes de basis van zijn 2026-auto
In dit artikel:
Ferrari heeft voor zijn 2026-powerunit (intern: project 678) bewust gekozen voor een cilinderkop van staal in plaats van het lichtere aluminium. Die technische beslissing, goedgekeurd door motorchef Enrico Gualtieri, ruilde extra massa in voor grotere duurzaamheid, thermische stabiliteit en betrouwbaarheid over een heel F1-seizoen met maximaal vier powerunits. De stalen constructie bevat ook koper en keramische composieten, waardoor de motor extreme drukken en temperaturen aankan zonder prestatieverlies op langere termijn.
De motor is volledig in Maranello ontwikkeld en benadrukt een ongekend nauwe samenwerking tussen motor- en chassisafdelingen. Onder leiding van Gualtieri en technisch directeur Loïc Serra werkten teams maandenlang samen om een powertrain te ontwerpen die aerodynamici maximale vrijheid geeft. Dat leidde tot ontwerpen met kleinere radiatoren en een compactere batterij, wat de carrosserievormgeving strakker maakt en de luchtstroom naar de achterkant verbetert — met winst in zowel downforce als topsnelheid op rechte stukken als doel.
Ferrari stopte eind april 2025 met verdere windtunnelontwikkeling van de SF-25 en heeft zich sindsdien stil en technologisch gefocust voorbereid op de ingrijpende reglementswijzigingen van 2026. De keuze voor staal ondersteunt agressievere aerodynamische concepten omdat de motor hogere verbrandingsdrukken en temperaturen kan doorstaan, iets wat met aluminium niet houdbaar bleek gedurende een seizoen.
Tijdens de ontwikkeling kwam ook naar voren dat concurrenten Mercedes en Red Bull een methode toepassen om de effectieve compressieverhouding van hun V6-hybrides te verhogen. Na navraag oordeelde de FIA dat die aanpak binnen de regels valt; technische analisten schatten de winst op circa 13 pk (ongeveer 0,25 s per ronde). Ferrari, samen met Honda en Audi, zocht opheldering om de concurrentie-eigenschappen te begrijpen.
Interne wisselingen en samenwerkingen speelden een rol: na vertrek van enkele sleutelfiguren naar Audi werden zorgen over levensduur van de stalen oplossing weggenomen dankzij de inzet van David de Mazonei, Guido Depa en samenwerking met AVL. Ferrari haalde daarnaast ervaren engineers van Renault en Mercedes binnen om de expertise te versterken. Het resultaat moet een compactere, toch robuuste motor zijn — cruciaal omdat de 2026-powerunit zelf ongeveer 30 kilo zwaarder wordt dan die van 2025 (circa 150 kg totaal).
De stalen cilinderkop biedt ook voordelen voor de hybride systemen (MGUK en MGUH) door betere temperatuur- en drukcontrole, wat energieterugwinning en efficiëntie kan verbeteren. Ferrari ziet project 678 niet als een kortetermijnoplossing maar als een platform dat meerdere seizoenen competitief moet blijven, vergelijkbaar met succesvolle motorprojecten van Mercedes en Red Bull in het verleden.
Kort gezegd: Ferrari koos bewust voor betrouwbaarheid en thermische robuustheid boven minimale massa, en combineerde dat met een zeldzame integratie tussen motor- en chassisontwikkeling om onder de 2026-regels aerodynamische voordelen te maximaliseren. De stap is discreet maar kan de machtsverhoudingen in 2026 aanzienlijk beïnvloeden.