FIA bevestigt laagste batterijlimiet tot nu toe in 2026 voor GP Canada
In dit artikel:
Voor het Canadese Grand Prix-weekend heeft de FIA de oplaadlimiet van de batterij in de kwalificatie vastgesteld op 6 MJ — de laagste waarde die tot nu toe onder de nieuwe regels is toegepast. De maatregel is onderdeel van eerdere regelwijzigingen en heeft tot doel het energiebesparende rijden in de kwalificatie terug te dringen, zodat coureurs meer kunnen pushen (een wens die onder meer door Max Verstappen en Lando Norris bij eerdere races werd geuit).
Het Circuit Gilles Villeneuve behoort, samen met de Red Bull Ring en het Las Vegas Street Circuit, tot de circuits met één van de laagste oplaadlimieten; alleen Monza ligt nog lager (5 MJ) vanwege de lange rechte stukken waar weinig energie teruggewonnen kan worden. Montréal brengt daarnaast een asymmetrische energie-uitdaging: het eerste deel bevat zware remzones en korte stukken waar laden relatief makkelijk is, terwijl de laatste secties, met name de haarspeldbocht (bocht 13), veel energie vragen en weinig recuperatie bieden. Brembo meldt dat in bocht 13 de snelheid in minder dan twee seconden daalt van 306 naar 147 km/u, met piekremkrachten tot 3,7G en circa 101 kg op het rempedaal.
Coureurs moeten de batterij slim managen — voldoende charge bewaren voor cruciale plekken in de ronde, maar ook voorkomen dat de accu leeg is voor de haarspeld — en zorgen dat turbo en batterij in het juiste werkvenster zitten voor een vliegende kwalificatieronde. Voor het weekend gelden verschillende laadwaarden: in kwalificatie 6 MJ; voor vrije training en bepaalde outlaps 8,5 MJ; en voor sprint en race 8 MJ per ronde, of 8,5 MJ wanneer Overtake Mode actief is.
De DRS is vervangen door Overtake Mode, een vermogensstand die meer recuperatie mogelijk maakt en extra elektrische power levert. Op Montréal is het detectiepunt voor Overtake Mode net voor de inrij van bocht 13, met activatie bij de uitgang van bocht 14 richting start-finish. Daarnaast zijn er vier Straight Mode Zones aangegeven, waarvan één tussen bochten 9 en 10 doorgaans inactief is.