'FIA maakt uitzondering voor brandstof tijdens wintertest: homologatie en kosten enorm probleem'
In dit artikel:
Formule 1 stapt vanaf 2026 over op 100% duurzame, synthetische en CO2-neutrale brandstof, gemaakt uit waterstof en uit de lucht gewonnen CO2 of uit biomassa. Die omschakeling is technisch en logistiek complex: productie en de strenge homologatie-eisen vertragen de beschikbaarheid, en de FIA heeft daarom een tijdelijke uitzondering toegestaan. Tijdens de wintertests op het Circuit de Barcelona-Catalunya en het Bahrain International Circuit mogen teams nog niet-gehomologeerde brandstoffen gebruiken; deze uitzonderingsregeling geldt alleen voor testdagen en loopt volgens berichtgeving door tot begin 2027.
De nieuwe brandstof kan fors duurder uitpakken dan de huidige mengsels. Experts waarschuwen dat kwaliteit van de fuel een belangrijk prestatieverschil kan maken en dat de prijs kan oplopen tot circa €250 per liter, tegenover ongeveer €19–28 per liter in voorgaande seizoenen. Met een verwacht verbruik van rond de 70 liter per race betekent dat een tankbeurt per auto van ongeveer €17.500 en een stijging van de jaarlijkse brandstofkosten per team van grofweg €3–4 miljoen naar €10–12 miljoen. Omdat brandstofkosten vanaf 2026 buiten de budgetcap vallen, is er minder financiële prikkel voor leveranciers om de prijs te drukken ten koste van performance, wat competitieve implicaties kan hebben.
Verschillende fabrikanten en teams hebben al brandstofpartners aangekondigd; grote spelers als BP, Shell, Aramco, Petronas en ExxonMobil komen in het rijtje voor. De overgang naar duurzame brandstof is bedoeld om F1 klimaatneutraler te maken, maar brengt aanzienlijke technische, logistieke en financiële uitdagingen met zich mee die de sport de komende jaren flink zullen beïnvloeden.