FIA verdedigt ADUO-programma: "Geen kunstmatige balance of performance"
In dit artikel:
Na de Grand Prix van Canada beoordeelt de FIA voor het eerst het ADUO-programma (Additional Development and Upgrade Opportunities). Dit beoordelingsmoment bepaalt welke motorfabrikanten extra ruimte krijgen om hun krachtbronnen verder te ontwikkelen binnen het kostenplafond van de sport. ADUO is een van de meest besproken onderwerpen in de Formule 1 geworden, mede door kritiek op de nieuwe regelgeving die dit seizoen is ingevoerd.
Nikolas Tombazis, hoofd van de FIA‑afdeling voor eenzitters, stelt dat ADUO niet bedoeld is als vorm van balance‑of‑performance: fabrikanten krijgen geen hogere brandstofdoorstroming of extra ballast, maar wel extra financiële en ontwikkelruimte binnen het bestaande Technisch Reglement. Het systeem is geen garantie voor succes; teams moeten nog steeds een competitieve motor bouwen om te winnen.
De hoogte van de ondersteuning hangt af van de gemeten achterstand. Fabrikanten met een tekort van 2–4% kunnen bijvoorbeeld tot 3 miljoen dollar boven het budgetplafond ontvangen en twee aanvullende upgrades verspreid over twee seizoenen doorvoeren. Bij grotere achterstanden groeit die hulp proportioneel en kan oplopen tot maximaal circa 11 miljoen dollar voor achterstanden van meer dan 10%.
De eerste beoordelingsperiode van ADUO bestrijkt de Grands Prix van Australië, China, Japan, Miami en Canada. De uitkomst van deze eerste evaluatie wordt naar verwachting ongeveer twee weken na de GP van Canada bekendgemaakt, waarna duidelijker wordt welke fabrikanten extra ontwikkelingsruimte krijgen.