Formule E doet mogelijk wat Formule 1 nog niet lukt met nieuwe generatie racewagens
In dit artikel:
Formule E zet vanaf 2026 een duidelijke stap richting meer snelheid en minder energiemanagement, terwijl Formule 1 juist blijft worstelen met de balans tussen elektrische kracht en verbrandingsmotoren. De FIA bevestigde deze week in Macau dat de verdeling tussen de verbrandingsmotor en het energieterugwinningssysteem in de F1 voor 2027 en 2028 opnieuw wordt aangepast, omdat teams en coureurs vrezen dat energiebesparing te dominant wordt onder de nieuwe motorregels van 2026.
Tegelijkertijd maakte Formule E de eerste plannen voor het GEN4-tijdperk bekend. De nieuwe auto’s krijgen 600 kW vermogen, actieve vierwielaandrijving en moeten de prestaties van de wagen centraal zetten. Het kampioenschap wil daarmee af van het imago dat elektrisch racen vooral draait om sparen en slim verdelen van energie. Naast de vertrouwde E-Prix komt er in acht raceweekenden ook een kortere extra wedstrijd, E-Prix Unleashed, bedoeld om de snelheid van de nieuwe auto’s beter te tonen.
Opvallend is dat Zandvoort vanaf die nieuwe kalender ook zijn debuut maakt in Formule E, naast circuits als Austin en Brands Hatch. Daarmee onderstreept de klasse dat elektrisch racen inmiddels niet alleen op straatcircuits thuishoort, maar ook op bekende banen met een rijke historie. De boodschap van Formule E is duidelijk: elektrisch racen hoeft niet alleen efficiënt te zijn, maar kan ook puur prestatiegericht en spectaculair zijn.
Vandaag Inside Oranje: Vandaag Inside Oranje-tafel geniet van foute voorspelling Valentijn Driessen: 'Zó overtuigend!'