Formule E-veteraan niet boos na Verstappen-uitspraak: 'Ik geef hem zelfs gelijk, FIA is in paniek'
In dit artikel:
Max Verstappen zette met de uitspraak "Formule E op steroïden" de discussie over de nieuwe F1-regels voor 2026 op scherp. De opmerking leidde tot reacties van zowel de Formule E-top — CEO Jeff Dodds lachte en nodigde Verstappen uit een keer in een elektrische bolide te stappen — als van routinier Robin Frijns. Frijns, met 119 Formule E-races één van de meest ervaren FE-coureurs, sluit zich aan bij Verstappen: de vergelijking klopt volgens hem grotendeels.
De kern van de kritiek ligt bij het sterk toegenomen belang van energiemanagement. Vanaf 2026 levert de batterij een groot deel van het vermogen van F1-auto’s; het totaalvermogen blijft hoog (ruim duizend pk), maar veel daarvan is tijdelijk beschikbaar en kan in circa tien seconden uitgeput raken waarna opladen nodig is. Frijns benadrukt dat dat leidt tot korte, kunstmatige vermogenspieken en beïnvloedt hoe inhaalacties tot stand komen. Waar vroeger positionering en één perfecte kans cruciaal waren, ontstaan nu vaker geplande of geënsceneerde passeerbewegingen — iets wat hij ook in de Formule E zag en wat volgens hem de sport voor puristen minder aantrekkelijk maakt.
Die verschuiving raakt volgens Frijns niet alleen de rijdersbeleving maar ook de circuits: de auto’s zijn veranderd, maar veel banen niet. Historische aanpassingen voor bredere, high-downforce-wagens hebben remzones en lay-outs gewijzigd, waardoor belangrijke momenten om batterijen te laden soms ontbreken. Dat maakt het lastig om het agressieve, op het randje rijdende racen van voorheen te behouden.
Een concrete korte-termijnoplossing die vaak genoemd wordt, is het terugschroeven van het batterijvermogen (bijvoorbeeld van 350 kW naar 250 kW). Dat zou echter zo’n 130 pk schelen en op veel circuits circa twee seconden per ronde toevoegen — iets wat fans en media al snel als te traag zouden bestempelen. Frijns wijst erop dat de huidige aanpassingen paradoxaal genoeg de snelheid en beleving kunnen ondermijnen: “Ze hebben zichzelf in de vingers gesneden”, aldus zijn inschatting.
Verstappen had eerder al gewaarschuwd en noemde de situatie “anti-racen”; hij hoopte nog op aanpassingen voor 2026, maar zo’n wijziging vereist unanimiteit onder motorleveranciers en lijkt onwaarschijnlijk. Frijns merkt op dat de FIA waarschuwingen uit het kamp van coureurs en teams destijds niet voldoende ter harte heeft genomen, waardoor het nu “vijf voor twaalf” is. Veel rijders uitten inmiddels openlijk kritiek, iets wat volgens Frijns aangeeft hoe breed de onvrede is, ondanks pogingen van organisaties om het imago positief te houden.