Hadjar klaar met pech op zondag en haalt uit naar Russell: "Nooit moeten vertrouwen"
In dit artikel:
Isack Hadjar eindigde tijdens de Grand Prix van Mexico als negende, nadat zijn race al vroeg werd verstoord door contact met George Russell. De Red Bull-coureur zag bij bocht zes geen reden om te verwachten dat Russell nog naast hem zou komen en rekende erop dat de Mercedes-coureur zou terugtrekken. Door de botsing liep Hadjars vloer lichte schade op, waardoor hij tijdens zijn pitstop enkele seconden verloor.
Voor het incident voelde Hadjar zich snel op het Autódromo Hermanos Rodríguez. Op de mediumband was zijn tempo goed en op softs voelde hij zich volgens eigen zeggen zeer sterk. Na zijn goede eerste ronde dacht hij zelfs aan een podiumplaats. Door de schade en het tijdverlies raakte hij dat perspectief echter kwijt.
Hoewel Hadjar vooral kritisch was op Russells manoeuvre, legde hij de verantwoordelijkheid niet volledig bij zijn rivaal. Hij erkende dat zijn zevende startpositie hem kwetsbaar had gemaakt en dat hij in de kwalificatie beter had moeten presteren. Een hogere startplaats had mogelijk voorkomen dat hij Russell op de baan tegenkwam.
De frustratie past in een reeks tegenvallers voor Hadjar. In eerdere races kreeg hij onder meer te maken met problemen rond de motorkracht, betrouwbaarheid, een slechte start en een verkeerde afstelling. In Mexico werd het bovendien bijna onmogelijk om in te halen. Volgens Hadjar kwamen door de hoge ligging en temperaturen de banden en auto’s snel in de problemen zodra een coureur dicht achter een andere wagen reed. Daardoor ontstond een lange trein van auto’s en bleef zelfs het gevecht met Sergio Pérez grotendeels beperkt.
Toch zag Red Bull een lichtpunt: Hadjar maakte meerdere keren een zeer goede start, mogelijk zijn beste van het seizoen. Het team wil onderzoeken waardoor dat deze keer lukte, zodat die vooruitgang kan worden herhaald. Hadjar blijft ervan overtuigd dat een goed resultaat volgt zodra alles wel samenvalt.
Vandaag Inside: 'The Champ' richt zich in video tot René van der Gijp, Wim Kieft, Michel van Egmond en Rob Jansen