Hadjar wist bij seizoensstart al dat hij een podium zou pakken: 'Niemand keek me daarna raar aan'

zaterdag, 3 januari 2026 (17:07) - F1 Maximaal

In dit artikel:

Isack Hadjar’s overgang naar Red Bull Racing is geen plotselinge doorbraak maar het gevolg van een seizoen waarin hij geleidelijk aan opviel — met één race die alles bij elkaar bracht: Zandvoort. Dat weekend begon moeizaam; in de trainingen en aanloop naar de kwalificatie voelde hij weinig grip en had hij zelf niet het idee dat er iets bijzonders zou gebeuren. Juist daarom maakte het uiteindelijke podium indrukwekkend.

Aan het begin van het jaar had Hadjar als doel gesteld zijn eerste Formule 1-podium te halen, iets wat hij zelfs op foto vastlegde. Toch kreeg hij halverwege het seizoen, na ongeveer tien races, flinke twijfels omdat de concurrentie groot was. Toen hij zich steeds vaker in de buurt van de koppositie terugvond, sloeg dat gevoel om en op Zandvoort kwalificeerde hij zich knap als vierde. In de race wist hij rijders als George Russell en Charles Leclerc achter zich te houden en door een late uitval van Lando Norris schoof hij vlak voor het einde door naar het podium.

Het Zandvoort-weekend illustreert volgens Hadjar hoe grillig autosport kan zijn: soms voelen weekenden slecht aan maar leiden toch tot een topresultaat; andere keren lijkt alles goed te beginnen en valt het tegen. Belangrijk was zijn vermogen om door te werken zonder duidelijke signalen dat het zou lukken. De ontlading na de finish was groot — in de garage werd uitbundig gevierd — en Hadjar, gewend aan fysieke vreugde-uitbarstingen uit zijn Formule 2-tijd, deelde dat met zijn team.

Het resultaat bevestigde zijn opmars en versterkte zijn positie binnen Red Bull, waar hij nu teamgenoot is van Max Verstappen. Zandvoort fungeert daarmee als het moment waarop Hadjar zijn potentieel in de paddock definitief onderstreepte.