Jacky Ickx reed zelf de 84 uur van de Nürburgring en volgt Verstappen op de voet
In dit artikel:
De 81‑jarige Belgische autosportlegende Jacky Ickx volgt met belangstelling Max Verstappens voorbereiding op zijn debuut in de 24 Uur van de Nürburgring. In een exclusief interview met GPblog reflecteert Ickx op zijn eigen ervaringen op de Nordschleife — ervaringen die veel extremer waren dan de hedendaagse enduranceraces. Waar Verstappen de afgelopen maanden meerdere ritten op de Nürburgring maakte ter voorbereiding, reed Ickx in de jaren zestig de beruchte Marathon de la Route, lange etappes van respectievelijk 82 en later 84 uur.
Ickx vertelt dat hij in 1965 en 1966 eerst met Gilbert Staepelaere in een Lotus Cortina deelnam en later overstapte naar Ford, waar hij met een Mustang racete. Die edities stonden bekend om hun ontembare karakter: de oude Nordschleife van ruim 23 kilometer bood zo veel lengte en variatie dat je als coureur dagenlang met het circuit in je hoofd rondliep. Wat hem vooral bijbleef waren de vele sprongen — destijds zeventien plekken waar de wielen letterlijk loskwamen — iets wat later grotendeels verdween door verbeterde veiligheidsmaatregelen.
Naast de Nürburgring haalt Ickx ook herinneringen op aan het oude Spa‑Francorchamps, een bijna 14 km lang stratencircuit waar in 1973 met gemiddelde snelheden boven de 263 km/u werd gereden. Spa omschrijft hij als totaal anders dan de Ring: pure snelheid, huizen en elektriciteitspalen langs de baan, weinig vangrails en vaak slechts strobalen als bescherming. Mensen typeren coureurs uit die tijd als extreem moedig, maar Ickx relativeert dat: volgens hem ging het minder om moed en meer om de vrijheid en passie om te doen wat je liefhad.
Het gesprek blijft niet bij nostalgie; Ickx erkent ook de hoge tol van de sport. Hij verloor collega’s tijdens races en noemt de recente dodelijke crash van de 66‑jarige Juha Miettinen op de Nürburgring. Over de vraag of oudere coureurs nog zouden moeten racen, wil hij niet hard oordelen. Zijn opvatting is dat de échte tegenstander de tijd is — en soms de eigen ambitie: te veel willen kan je ergste vijand zijn.
Ickx sluit af met de essentie die hem dreef: racen was voor hem vrijheid en geluk, ondanks de risico’s. Die combinatie van passie, grenzen opzoeken en tragische gevolgen vat volgens hem zowel de glorie als de schaduwkanten van de autosport samen.