Martin Brundle wijst 'Ferrari-gewoonte' aan die het team titelkansen in Formule 1 kost

donderdag, 7 mei 2026 (22:56) - F1headline.nl

In dit artikel:

Ferrari bleef na de Grand Prix van Miami wel tweede in het constructeurskampioenschap (110 punten), maar het weekend markeerde een duidelijke omslag: veel beloofde upgrades (elf stuks) leverden niet het gewenste resultaat en het team verliet Miami zonder podiumplek — voor het eerst dit seizoen buiten de top drie.

De SF‑26 toonde op delen van het circuit wel snelheid, vooral in langzame en medium‑snelle bochten waar sommige analisten de Ferrari zelfs als beste auto noemden. Toch ontbrak stabiliteit en vooral rechte‑lijnvermogen; verschillende berekeningen schatten een tekort van ongeveer 20–30 pk tegenover Mercedes, wat op sommige circuits neerkomt op zo’n halve seconde per ronde. De elektrische batterijondersteuning bleek onvoldoende om dat gat volledig te dichten, waardoor Ferrari vooral bij acceleratie uit langzame bochten tijd verloor.

Naast technische tekortkomingen speelde ook de organisatie een grote rol in het teleurstellende resultaa­t. Charles Leclerc reed aanvankelijk kort aan de leiding, maar een vroege pitstop zonder heldere communicatie en een latere spin (met bijbehorende schade) zorgden samen met een tijdstraf van twintig seconden voor zijn achtste plaats. Lewis Hamilton kwam ondanks schade na contact met Franco Colapinto niet goed in zijn ritme en werd zesde. Analisten zagen strategische missers, verwarrende boordradio’s en besluitvorming die het team herhaaldelijk parten speelt.

Martin Brundle vatte de problemen samen: Ferrari heeft technisch veel in huis en begrijpt de nieuwe reglementen goed — de kleinere turbo levert sterke starts en goede bochtensnelheid — maar het team ondermijnt zichzelf door fouten, inconsistentie en interne onrust. Hij benadrukte dat de rijders (Leclerc en Hamilton) naar zijn mening capabel genoeg zijn om wedstrijden en kampioenschappen te winnen, maar dat herhaalbaarheid ontbreekt. Damon Hill en David Croft wezen eveneens op communicatieve en prestatieproblemen; Ross Brawn signaleert dat constante mediakritiek binnen de fabriek afleidt en de focus schaadt.

Leclerc noemde de powerunit na de eerste races zelfs de “main weakness”, wat in Miami nogmaals zichtbaar werd. Ondanks de upgrade­campagne werd het grootste probleem — het rechtuitvermogen en de integratie van de hybrid‑ondersteuning — niet opgelost, waardoor het gat met Mercedes nauwelijks kleiner werd.

Kort gezegd: Ferrari heeft onderdelen en rijders om te concurreren, maar door technische zwaktes in de powerunit en door strategische/organisatorische fouten blijft het team te wisselvallig om een titelkandidaat te zijn. Analisten waarschuwen dat paniekerige reacties op teleurstellingen de situatie alleen maar kunnen verergeren; volgens Brundle biedt de huidige staf‑ en rijderscombinatie wel degelijk een basis, mits de cultuur en consistentie verbeteren.