Mercedes lijkt als enige écht klaar voor het seizoen van 2026 terwijl anderen al achterstand tonen
In dit artikel:
Voor het seizoen 2026 tekenen zich al duidelijke scheidslijnen af: sommige Formule‑1‑teams komen over als georganiseerd en toekomstbestendig, anderen worstelen met cruciale keuzes en inconsistentie. De belangrijkste spelers en ontwikkelingen:
- Mercedes staat volgens velen op poleposition voor 2026. Het team bouwt al jaren aan technische en organisatorische continuïteit, vooral op het vlak van de powerunit (ook toeleverancier voor McLaren). Daarnaast speelt de reglementaire verschuiving — een flinke terugschakeling van ground effect — Mercedes in de kaart, omdat eerdere aerodynamische zwaktes minder zwaar meetellen. Intern heeft George Russell zich ontpopt tot de onbetwiste nummer één, wat interne rivaliteit en puntenverlies beperkt.
- Williams is het meest intrigerende middenveldproject. Onder leiding van James Vowles heeft het team bewust voor structurele renovatie gekozen: investeringen in faciliteiten, procesverbetering en een sterke coureursbezetting met Carlos Sainz. De bewuste keuze om ontwikkeling van de 2025-auto vroeg te stoppen toont vertrouwen in een stabiel reglement en wijst op een lange termijnplan richting 2026.
- Aston Martin is het schoolvoorbeeld van veel middelen maar suboptimale uitvoer. Met nieuwe fabrieken, grote namen en vanaf 2026 een Honda‑samenwerking (Honda levert al jaren sterke motoren) heeft het team alles om te presteren — maar blijkt herhaaldelijk minder dan de som der delen. Probleemgebieden: doorontwikkeling van de auto, wisselende managementstructuren en het vasthouden aan Lance Stroll, die de sportieve plafondhoogte beperkt. De taak om chassis, motor, brandstof en smeermiddelen samen te brengen ligt nu bij Andy Cowell.
- Red Bull oogt op de baan sterk ondanks op papier risicofactoren: nieuw motorproject, vertrek van Adrian Newey en gebrek aan eigen powerunit‑ervaring. Max Verstappen geeft het team bovendien een enorme voorsprong door snelheid en feedback. Aerodynamisch begrip en late maar effectieve ontwikkeling waren sleutel. De grote vraag blijft de nieuw te bouwen powerunit; Red Bull/Ford heeft middelen en personeel, maar consistentie op Mercedes/Ferrari‑niveau is nog geen zekerheid. Laurent Mekies waarschuwde dat directe gelijkheid met de gevestigde motorfabrikanten niet vanzelfsprekend is.
- Ferrari blijft het team met veel potentie maar ook bekend om zwakke doorontwikkeling over een seizoen. Voor 2026 kiest het een risicovolle route: eerst een spec‑A voor basissharing en powerunittesten, met de spec‑B pas vlak voor Australië. Daardoor zijn minder aerotests mogelijk en ligt druk op late beslissingen — een aanpak die eerdere keren tot inzinking na veelbelovende starts heeft geleid. Dat zal de spanningsboog voor coureurs als Charles Leclerc en ook Lewis Hamilton (voormalig teamlid, hier genoemd in artikelcontext) beïnvloeden.
Ten slotte circuleren er geruchten dat Mercedes en Red Bull/Ford mogelijk profijt trekken van een maas in de motorregels (hogere compressieverhoudingen), wat extra vermogen en zuinigheid kan opleveren — details die in 2026 doorslaggevend kunnen blijken. Al met al lijkt Mercedes het meest compleet gepositioneerd, Williams groeit gestaag, Aston Martin moet intern beter ordenen, Red Bull heeft aerodynamische en coureursterkte maar blijft afhankelijk van een geslaagde motortransitie, en Ferrari neemt weer grote risico’s met zijn ontwikkelplan.