Minder downforce, meer elektrisch vermogen: het snelheidsverschil tussen F1 en F2 in 2026

donderdag, 1 januari 2026 (15:56) - F1headline.nl

In dit artikel:

Nee — de 2026‑F1‑auto’s zullen niet in rondetijd op het niveau van Formule 2 komen, al zal de rijervaring voor coureurs anders aanvoelen. De FIA rekent erop dat de nieuwe bolides per ronde ongeveer 1 tot 2,5 seconden langzamer zijn dan de huidige generatie, afhankelijk van het circuit. Omdat het verschil tussen huidige F1‑en F2‑tijden op veel banen al rond de 10–14 seconden ligt, betekent een klein tijdverlies niet dat F1 en F2 gelijk komen te liggen.

De observatie dat 2026‑auto’s “als F2” zouden rijden, is vooral gevoed door simulatorbeleving en uitspraken van betrokkenen. Jonge coureurs en enkele teamleiders merkten dat de nieuwe auto’s zich minder op aerodynamische grip zullen beroepen en dat het energiebeheer een veel grotere rol krijgt — elementen die het gevoel van sturen kunnen doen neigen naar wat men kent uit F2. Uit uitgebreide FIA‑simulaties komt echter naar voren dat die subjectieve rijervaring losstaat van de pure rondetijd: op rechte stukken zullen de nieuwe regels juist hogere topsnelheden opleveren door actieve aerodynamica en lagere luchtweerstand, waardoor het totale tijdverlies beperkt blijft.

Concrete voorbeelden maken het verschil duidelijk: in 2023 reden F1‑auto’s op de Red Bull Ring een pole van 1:04,391 tegenover 1:14,643 in F2; in Monaco was het gat ongeveer tien seconden; op Silverstone liep het uit naar meer dan 13 seconden. Zelfs met twee seconden nadeel in 2026 blijft er dus een ruime marge tussen de klassen.

Wat verandert er technisch? De 2026‑regels maken auto’s korter, smaller en circa 30 kg lichter (minimum rond 768 kg). De vloer wordt vlakker en diepe ground‑effect tunnels verdwijnen grotendeels; diffusers worden opener en de rijhoogte neemt toe, wat de totale downforce verlaagt. Vleugelprofielen worden eenvoudiger, en de klassieke DRS‑aanpak maakt plaats voor individuele actieve aerodynamica: in bochten staat de flap gevuld voor maximale grip, op rechte stukken wordt hij vlak gezet om drag te verminderen — dit systeem mag op aangewezen rechte stukken door alle auto’s worden gebruikt ongeacht afstand tot de voorganger, waardoor structureel hogere eind­snelheden ontstaan.

De verbrandingsmotor blijft een 1.6‑liter V6‑turbohybride, maar de balans schuift naar ongeveer 50/50 verbrandings‑ versus elektrisch vermogen. Het elektrische deel wordt bijna drie keer zo krachtig als nu, er mag tot circa 8,5 MJ per ronde worden teruggewonnen, en de MGU‑H verdwijnt. Het totale vermogen blijft rond de 1000 pk, tegenover ongeveer 620 pk in F2. Coureurs krijgen meerdere modi om batterijgebruik te managen; een nieuwe overtake‑mode geeft extra elektrische boost wanneer een auto binnen één seconde nadert.

Kortom: de 2026‑regels zijn bedoeld om lichtere, wendbaardere en racevriendelijkere F1‑auto’s te brengen en veranderen hoe snelheid wordt opgebouwd, maar ze tasten het prestatieverschil met F2 niet aan. F1 blijft het technologisch ontwikkelingsplatform met veel hogere topsnelheden, meer vermogen en grotere ontwikkelingsvrijheid dan de spec‑gebaseerde F2.