Monaco eist wederom zijn tol, Red Bull betaalt de grootste rekening
In dit artikel:
De Grand Prix van Monaco 2026 liet opnieuw zien waarom het stratencircuit zo meedogenloos is: muren staan overal dichtbij en kleine foutjes leveren flinke rekeningen op. Het weekend kende meerdere crashes en hoge herstelkosten, in totaal ongeveer €3.251.200.
Opvallend was Isack Hadjar: hij behaalde zijn eerste podium voor Red Bull Racing, maar veroorzaakte in de eerste vrije training een zware klapper bij de zwembadsectie. Hij verloor het stuur bij het insturen van de chicane en klapte met hoge snelheid in de muur, goed voor de hoogste schadepost — ruim een half miljoen euro voor Red Bull. Fernando Alonso raakte in dezelfde sessie kort de muur bij het uitrijden van de tunnel, en in FP2 was Sergio Pérez de enige die schade opliep.
Oliver Bearman crashte in FP3 vlak voor het casino, waardoor Haas bijna €200.000 moest uitgeven aan reparaties. De kwalificatie bleef relatief kalm; Gabriel Bortoleto haalde de muur in Q1 en Charles Leclerc kreeg een lekke band in Q3, maar de grote klap voor Leclerc kwam pas tijdens de raceherstart: onzekerheid over de remmen leidde tot te laat remmen in de slotbocht en een harde inslag in de muur. Ferrari moest ook meer dan een half miljoen betalen. Lance Stroll raakte in dezelfde bocht beschadigd en gaf zijn motorpartner Honda de schuld, omdat hij vond dat de krachtbron hem in de muur duwde.
Tijdens de race ontstonden nog meer incidenten: Carlos Sainz werd rondgedraaid na contact met Nico Hülkenberg, wat tot veel frustratie leidde. In Parc Fermé werden aanpassingen doorgevoerd bij onder anderen Bortoleto, Hülkenberg, Liam Lawson en Pierre Gasly. Monaco herinnerde hiermee teams en coureurs opnieuw aan de fragiele balans tussen snelheid en voorzichtigheid op dit unieke straatcircuit.