Motorentopman Red Bull duidt emotioneel moment waarop chassis en motor Verstappen samenkwamen
In dit artikel:
Ben Hodgkinson, technisch directeur van de motorenafdeling van Red Bull Racing, beschrijft met gepaste trots en emotie het moment waarop voor het eerst het eigen Red Bull-chassis en de eigen krachtbron samenkwamen. Vanuit dyno‑ruimte 5 — waar de motor via een videoverbinding op duurzaamheid getest werd op een virtueel Barcelona‑circuit — sprak hij in Detroit over het onthullen van de RB22 op 15 januari en over de lange aanloop ernaartoe.
Hodgkinson werkt nachtelijke diensten in de fabriek en kon daardoor niet fysiek bij sommige presentaties aanwezig zijn; hij benadrukt dat hij liever iedere kans aangrijpt om nog een verschil te maken zolang het team raceklaar moet zijn. Het project achter de motor is omvangrijk: in vier jaar tijd werden ongeveer zevenhonderd specialisten aangetrokken, drie nieuwe fabrieken opgezet en alle benodigde apparatuur ingericht. Dat schaalniveau is volgens hem iets wat alleen een organisatie als Red Bull (met de steun van Ford) zou ondernemen — Ford zou dezelfde gedrevenheid en “gekheid” hebben als Red Bull, aldus Hodgkinson.
De eerste Red Bull Powertrains‑Ford krachtbron draagt de naam DM01 ter nagedachtenis aan de overleden oprichter Dietrich Mateschitz; het realiseren van een motor die op de campus in Milton Keynes samen met het chassis is ontwikkeld, noemt Hodgkinson een historisch voorrecht. Technisch gezien is de DM01 inmiddels de zesde generatie motorontwikkeling binnen het team. Voor Hodgkinson en zijn collega’s was het emotionele hoogtepunt het zelfstandig laten draaien van de motor achterin de RB22 op een raceday — het horen van de start bewees dat vier jaar inzet tastbare resultaten heeft opgeleverd.