Oranje boven: hoe een klein landje in de motorsport ook heel groot kan zijn
In dit artikel:
Koning Willem-Alexander viert zijn 59e verjaardag vandaag in Dokkum, een moment dat wordt benut om de rijke autosporttraditie van Nederland in de schijnwerpers te zetten. Centraal staat Max Verstappen: met vier opeenvolgende wereldtitels (2021–2024), 71 Grand Prix-overwinningen en 127 podiumplaatsen heeft hij de Nederlandse autosport naar een ongekend internationaal niveau getild. Zijn vader Jos Verstappen legde eerder al een belangrijk fundament door als eerste Nederlander op het F1-podium te komen in de jaren negentig.
Circuit Zandvoort fungeert als kloppend hart van de Nederlandse racecultuur. Na een afwezigheid van 36 jaar keerde de Formule 1 in 2021 terug op het vernieuwde circuit — de rentree werd in 2019 aangekondigd en culmineerde in een thuiszege van Verstappen. De huidige overeenkomst liep tot en met dit jaar; daarna verdwijnt de Dutch Grand Prix voorlopig van de kalender.
Nederlandse rijders boekten ook succes buiten de Formule 1. Gijs van Lennep (1971, 1976) en Jan Lammers (1988) wonnen de 24 Uur van Le Mans, terwijl Arie Luyendyk de Indy 500-titel pakte in 1990 en 1997 en nog altijd records in de kwalificatie bezit. In de Dakar Rally domineerden Nederlanders vooral in de truckcategorie: Jan de Rooy (1987), Gerard de Rooy (2012, 2016) en Janus van Kasteren (2023) scoorden overwinningen; dit jaar maakte Mitchel van den Brink als jongste etappewinnaar indruk met een podiumplaats in het eindklassement.
De Formule 1-pauze valt samen met nationale festiviteiten; na enkele geannuleerde races (Bahrein, Saoedi-Arabië) ligt de focus van Verstappen op de Grand Prix van Miami op 1 mei. Voor Nederlandse fans biedt dit seizoen, en vooral de Koningsdagviering, gelegenheid om terug te blikken en te proosten op decennia van internationale successen.