Organisatie Dutch Grand Prix keerde zichzelf miljoenen uit
In dit artikel:
De organisatie van de Dutch Grand Prix heeft zichzelf uit de jaarstukken over 2024 een dividend van 20 miljoen euro uitgekeerd, terwijl de jaarlijkse kosten voor de Formule 1-evenementen rond de 70 miljoen euro lagen en de reserves aan het einde van dat jaar nog maar 3,8 miljoen euro bedroegen. Door die uitkering verdween de financiële buffer rond de organisatie, waardoor de aandeelhouders aanzienlijke opbrengsten ontvingen ondanks het grote ondernemersrisico.
Een woordvoerder zei tegen RTL Z dat het om de eerste dividenduitkering ging en dat die in het niet zou vallen bij de jaarlijkse kosten en risico’s; volgens diezelfde verklaring heeft het dividend betrekking op alle edities tot en met 2024. Of er in 2025 opnieuw dividend is uitgekeerd, is onduidelijk.
Dit jaar staat de Formule 1-race in Zandvoort volgens het artikel voor het laatst op de kalender. De organisatie organiseert het evenement jaarlijks zonder overheidsubsidies en stelt dat de financiële risico’s te groot worden ingeschat: de race moet elk jaar volledig uitverkocht zijn om rendabel te blijven. Voor Nederlandse fans is het komend seizoen ook de laatste kans om Max Verstappen met zijn nieuwe RB22 op het circuit in de duinen te zien.
De situatie werpt vragen op over de financiële houdbaarheid en het bestuur van het evenement: aandeelhouders incasseren miljoenen terwijl de operationele buffer slinkt, in een tak van sport die bekendstaat om hoge vaste kosten en afhankelijkheid van ticketverkoop en sponsors.