Oud-topontwerper herkent Newey-trucje op RB22: 'Ze hebben de grenzen opgezocht'
In dit artikel:
Voormalig topontwerper Gary Anderson geeft zijn eerste technische lezing over de RB22, de nieuwe bolide van Red Bull Racing. De auto reed voor het eerst op 26 januari — een besloten shakedown waarbij Isack Hadjar de eerste meters maakte — waardoor Anderson zich moest beperken tot schaars en niet al te scherp videomateriaal van het team en de Formule 1 zelf.
Anderson constateert meerdere opvallende keuzes. De sidepods zijn duidelijk veel kleiner dan bij de meeste concurrenten, maar niet zo extreem dat je van een ‘zero sidepod’-oplossing kunt spreken; de airbox volgt juist een eerder gangbaar concept. Bij de voorwielophanging ziet hij een bijna standaard pushrod-opzet met vermoedelijk minder anti-dive dan voorheen. Opmerkelijk is verder dat onderliggende draagarm en stuurstang gescheiden zijn, terwijl sommige andere teams die liever dicht bij elkaar houden.
Een van de grootste technische interessepunten is volgens Anderson de diffuser. Net als bij Mercedes en met enige aanwijzingen ook bij Ferrari is er een forse uitsparing of «gat» in de diffuser zichtbaar. Red Bull lijkt een bewuste, energierijke luchtstroom richting die plek te sturen — een modern soort variant van wat vroeger een blown diffuser heette. Dergelijke technieken kunnen de diffuser versterken en extra downforce opleveren, ook wanneer de coureur het gas loslaat. Anderson plaatst dit in historisch perspectief: de klassieke blown diffuser werd jaren geleden aan banden gelegd, maar slimme interpretaties van de regels leverden in het verleden (bijvoorbeeld onder Adrian Newey tussen 2010–2013) grote prestatiewinsten op.
Zijn slotconclusie is dat Red Bull op meerdere fronten de grenzen van het 2026-regelboek heeft opgezocht. Of die keuzes daadwerkelijk voordeel gaan opleveren, zal de tijd en de komende tests en races uitwijzen.