Red Bull en Verstappen kampen met groot probleem, net als twee andere teams
In dit artikel:
De start van de race blijkt dit seizoen een veel grotere rol te spelen dan eerdere jaren, toen kwalificatie vaak de doorslag gaf. Uit analyse van de eerste races en de wintertests blijkt dat sommige teams consequent terrein winnen in de openingsmeters, terwijl andere regelmatig posities verliezen.
Wie goed wegkomt
Carlos Sainz wordt in deze analyse als dé uitblinker bij de starts genoemd; hij wint gemiddeld ongeveer drie plaatsen in de openingsronde en bezorgde zijn team zo al punten in China. Ook veteraan Fernando Alonso laat zien dat hij nog steeds sterk kan starten. Ferrari-coureurs staan met twee rijders in de topvier van de startstatistieken, al starten zij vaak al vooraan waardoor er minder te winnen valt. Verder doet Esteban Ocon het opvallend goed; naast Ferrari en Honda staan ook Williams, Aston Martin, Alpine en McLaren in de lijst met het meeste startpotentieel.
Wie verliest terrein
Aan de andere kant vullen Audi, Mercedes en Red Bull grotendeels de achterhoede van de startstatistieken. Samen gingen die drie fabrikantengroepen in de eerste vier races al ongeveer 70 posities verloren. Max Verstappen staat in de achterhoede van de lijst en kende in Australië en China mislukte starts; soms herstelt hij dat door sterke openingsrondes. Nico Hülkenberg draagt de rode lantaarn doordat hij vaak in het middenveld vertrekt en daar plekken verliest. Ook jonge rijders als Kimi Antonelli maakten meerdere slechte starts; hij kreeg publiekelijk kritiek van Toto Wolff over zijn koppelinggebruik.
Oorzaken en technische patronen
De data wijzen niet eenduidig op de motorfabrikant als bepalende factor: teams met dezelfde motorprestaties staan niet per se bij elkaar. Wel lijkt de grootte van de turbo een rol te spelen; Ferrari en Honda gebruiken relatief kleine turbo’s, wat volgens de analyse voordeel oplevert in de eerste meters. Mercedes-aangedreven teams als Williams en Alpine tonen dat die motorbasis ook sterke starts mogelijk maakt. Bij Mercedes zelf lijken de startproblemen eerder procedureel—rijders verliezen posities omdat ze vooraan vertrekken en fouten direct kostbaar zijn.
Bij Audi en Red Bull lijken structurelere problemen te spelen. Audi kampt mogelijk met nadelige effecten van een zeer grote turbo, en het feit dat het Duitse team alleen beschikt over fabrieksteamdata beperkt hun leerproces. Red Bull’s fabrieksteam en zusterteam zitten eveneens achteraan in startstatistieken, al zijn er lichtpuntjes: Isack Hadjar en andere Racing Bulls lieten in sommige races verbeterde starts zien.
Gevolgen en vooruitzichten
Ferrari’s investering in een krachtbron die specifiek voor sterke starts is ontworpen betaalt zich uit; dat kan hen het hele seizoen voordeel geven. Audi lijkt het moeilijk te hebben om die startproblemen snel op te lossen, wat hun prestaties en puntenaantal drukt ondanks competitieve rondetijden en Q3-plaatsen. Kort gezegd: dit seizoen bepalen starts in toenemende mate de raceverloop en de rangorde, waardoor teams die in de openingsseconden winnen één belangrijk concurrentievoordeel opbouwen.