Verstappen begreep het als eerste: Waarom dit trucje nu écht nodig is in de F1
In dit artikel:
Tijdens de eerste testweek in Bahrein viel op dat coureurs bij bepaalde bochten terugschakelen naar de eerste versnelling — iets wat onlogisch lijkt voor de snelste auto's ter wereld, maar toch de snelste rondetijden oplevert. Max Verstappen was de eerste die dit toepaste, met name bij het ingaan van bocht tien; daarmee reed hij op één ronde duidelijk sneller dan concurrenten die in tweede of derde gingen.
Mercedes-coureur George Russell legt uit waarom: het extreem laag schakelen laadt de batterij op (ERS/boost), waardoor je op het rechte stuk niet hoeft in te houden en netto tijd wint. Door in de eerste versnelling door de bocht te gaan verlies je op zich bochtsnelheid, maar je wint grip en vooral energie voor later op het circuit. Daardoor ontstaat een grote leercurve: pas halverwege of aan het einde van een ronde zie je of een bepaalde actie in bocht 1 je energiepositie en daardoor je rondetijd heeft geholpen.
Voor de rijders voelt het onnatuurlijk omdat de auto's en motoren zijn ontworpen om bochten in hogere versnellingen te nemen; de turbo en boost dwingen echter tot hoge toerentallen, vandaar het gebruik van de eerste versnelling. Teams en coureurs moeten nu strategieën ontwikkelen om die energiemanagement-trade-offs over een volledige ronde te beheersen, iets wat de nieuwe generatie F1-wagens en de hybride regels extra benadrukt.