Verstappen en Ocon slaan alarm: "10.000 euro voor één weekend, dat is gewoon waanzin"
In dit artikel:
Tijdens de persconferentie voorafgaand aan de Grand Prix van Monaco waarschuwden Max Verstappen, Esteban Ocon en Alexander Albon dat de explosieve kosten van karten jonge talenten uit de autosport duwen. Aanleiding was een vraag of simulatoren inmiddels een volwaardig alternatief zijn voor de traditionele kartpiste. Verstappen wees op de forse prijzen; volgens hem kost een weekend in de minikarting tegenwoordig al rond de 10.000–12.000 euro, wat de drempel onbetaalbaar maakt voor veel gezinnen.
Ocon ging het verst: hij zei dat hij onder de huidige financiële voorwaarden nooit de Formule 1 zou hebben gehaald. Hij opperde dat de huidige praktijk waarschijnlijk 70% simulatortraining en 30% echt rijden zou moeten omvatten, ook al voelt dat voor hem ongemakkelijk omdat hij het belangrijk vindt dat jonge coureurs betaalbare toegang tot echte auto’s behouden.
Verstappen benadrukte dat moderne simulatoren veel realistischer zijn dan vroeger en bestuurders al een voorsprong kunnen geven: remlijnen, terugschakelgedrag en data-inzicht zijn al deels aan te leren zonder uren op de baan. Albon voegde toe dat het ideale pad een mix van simulatorwerk en karten blijft, maar erkende dat karten voor velen geen haalbare kaart meer is.
De belangrijkste zorg is breed gedeeld: autosport dreigt te verworden tot een sport voor wie het kan betalen, waardoor het talentenbestand krimpt en de toekomst van de Formule 1 kwetsbaar wordt. Naast het inzetten van simulatoren riepen de coureurs op tot maatregelen om karting toegankelijker te maken, zodat financiële barrières niet bepalend blijven voor potentieel racetalent.