Verstappen hoopt op ingrijpen van Nederlandse overheid na Zandvoort
In dit artikel:
Max Verstappen roept de Nederlandse overheid op om na het vertrek van de Formule 1 uit Zandvoort meer in de autosport te investeren. Volgens de viervoudig wereldkampioen is ondersteuning nodig om jonge talenten kansen te geven en de populariteit van de sport in stand te houden.
Over twee weken keert de Formule 1 terug naar Circuit Zandvoort voor het laatste raceweekend van de Dutch Grand Prix. Vanaf 2027 verdwijnt het evenement van de kalender en krijgt Zandvoort onder meer de Formule E als nieuwe internationale publiekstrekker. Verstappen denkt dat het circuit en de overheid de autosport breder moeten blijven ondersteunen. Daarbij zijn volgens hem talent, financiële middelen en soms ook geluk bepalend voor het ontstaan van een nieuwe publiekslieveling.
Verstappen wijst op Duitsland, waar verduurzaming en de belangen van grote autofabrikanten botsen, terwijl ook evenementen zoals de 24 Uur van de Nürburgring steeds moeilijker te organiseren zijn. Spanje laat volgens hem zien dat gerichte steun aan coureurs en circuits talentontwikkeling kan stimuleren. Autosport is duurder en lastiger te organiseren dan bijvoorbeeld voetbal, waardoor overheidsprioriteit volgens hem verschil kan maken.
De populariteit van de Formule 1 in Nederland nam sterk toe nadat de Grand Prix in 2021 terugkeerde, mede dankzij Verstappens succes. Hij wil daar echter niet alle eer voor opeisen. Belangrijker vindt hij dat kinderen weer van autosport dromen en dat er ook onder de Formule 1 voldoende mogelijkheden zijn. Tegelijkertijd ziet hij nationale races aan populariteit verliezen doordat de autosport internationaler en duurder wordt. Internationale klassen zoals GT3 bieden volgens hem nog volop kansen; die klasse blijft ook op Zandvoort actief.
De Oranjezomer: Chris Woerts hekelt verandering bij Albert Heijn: 'Een miskleun, arrogantie van de marktleider!'