Verstappen kan zich helemaal vinden in suggestie FIA-president: "Juiste voor de sport"
In dit artikel:
Max Verstappen (Red Bull Racing) reageert terughoudend positief op de door de FIA aangekondigde aanpassingen van de Formule 1-krachtbronnen, maar vindt dat die wijzigingen niet ver genoeg gaan. De FIA stelt vanaf 2027 het aandeel van de elektromotor terug te brengen en voert in 2028 een verhouding in van 60% verbrandingsmotor en 40% elektrische aandrijving. Verstappen, viervoudig wereldkampioen, pleit al langer voor meer nadruk op de verbrandingsmotor en zei in een interview met Viaplay zelfs: "Ik zou willen dat het gewoon honderd was."
Zijn kritiek komt voort uit de overtuiging dat de balans de afgelopen jaren te veel naar elektrisch is verschoven (eerder ongeveer 70-30 of 75-25 in het voordeel van elektrische ondersteuning). Wel verwacht hij dat de aangekondigde aanpassingen problemen als ‘super clipping’ — het verlies van vermogen aan het einde van lange rechte stukken wanneer de batterij leeg raakt — deels zullen verminderen, waardoor auto's beter accelereren en minder hoeven te liften.
Verder kijkt de sport al verder vooruit: FIA-president Mohammed Ben Sulayem heeft een mogelijke terugkeer van V8-motoren rond 2030 genoemd, gecombineerd met duurzame brandstoffen en een kleinere batterijrol — een koers waar Verstappen zich in kan vinden. Verstappen suggereerde eerder dat motorregels zelfs invloed kunnen hebben op zijn F1-toekomst, wat de discussie over de technische richting van de sport extra lading geeft.