Verstappen steunt Red Bull en Ford: 'Echt trots op wat we hebben gebouwd'
In dit artikel:
Rond de Grand Prix van Miami liet Max Verstappen zijn waardering blijken voor het motorproject van Red Bull in samenwerking met Ford, ondanks zijn felle kritiek op de nieuwe reglementen voor 2026. De viervoudig wereldkampioen prees de mensen achter de krachtbron en zei trots te zijn op het bereikte werk: Red Bull ontwikkelde dit seizoen voor het eerst een eigen F1-motor (de DM01, een verwijzing naar Dietrich Mateschitz) en Ford leverde daarbij een belangrijke bijdrage.
Tegelijkertijd benadrukte Verstappen dat de grootste problemen van het team niet bij de motor liggen maar bij het chassis van de RB22. Waar de motor naar schatting circa twee tienden per ronde verliest, kost het chassis het team ongeveer acht tienden — een verschil dat volgens hem de prestaties veel sterker drukt. In Japan leidde dat ertoe dat hij niet voorbij Q2 kwam en het gevoel had dat de auto lastig te besturen was. Teamgenoot Isack Hadjar sprak eveneens kritisch over het onder- en overstuur. Opvallend is dat het zusterteam Racing Bulls, met dezelfde Red Bull–Ford-motor maar veel minder middelen, in bochten vaak sneller bleek.
In Miami bracht Red Bull aanpassingen (een draaiend achtervleugel, een nieuw stuurhuis en gewichtsreductie) die zorgden voor het meest competitieve weekend van het seizoen tot nu toe. Verdere upgrades met extra gewichtsbesparing zijn gepland voor het Europese deel van het seizoen, mogelijk rond de GP van Oostenrijk. De RB22 heeft nog zo’n tien kilo teveel, wat volgens Verstappen 0,3–0,4 seconden per ronde kost; volledig wegwerken voor de zomerstop lijkt onwaarschijnlijk.
Verstappen sloot af dat hij trots is op het team en gemotiveerd om door te werken. Met 26 punten staat hij momenteel vijfde in het wereldkampioenschap.