Verstappen weigert vraag van Viaplay te beantwoorden: "Dat gaat niemand wat aan"
In dit artikel:
Max Verstappen wilde niets loslaten over de besloten topbijeenkomst van Red Bull vlak voor de Grand Prix van Barcelona. Ingewijden zeggen dat het team had gehoopt op duidelijkheid over zijn toekomst, maar Verstappen hield de kaken stijf op elkaar; in Monaco gaf hij al aan dat hij daar voorlopig niet op ingaat. Bij Viaplay benadrukte hij kortaf: "Dat gaat niemand wat aan", toen hem naar de inhoud van de bijeenkomst werd gevraagd. De vergadering, waar onder anderen Chalerm Yoovidhya, Mark Mateschitz, Oliver Mintzlaff en Raymond Vermeulen aanwezig waren, was volgens Verstappen niet een ad-hoc crisissessie maar een gepland overleg — zijn vluchten maakten zijn aanwezigheid zichtbaar voor buitenstaanders.
Verstappen keek de race in Monaco voor het eerst sinds jaren vanuit zijn appartement, met zicht op het circuit, maar was niet intensief met de wedstrijd bezig omdat vrienden over de vloer waren. Hij merkte dat hij weinig van de later opgelegde straffen meekreeg. In het gesprek legde hij tevens uit waar de RB22 momenteel tekortschiet: het grootste verlies van rondsnelheid komt in langzame bochten en middensnelheden; aanpassingen die de snelle bochten verbeteren, kunnen ten koste gaan van tractie in tragere passages. Die balans lijkt het team voorlopig tegen te houden.
Red Bull zet voor het komende raceweekend grote upgrade-pakketten in om meer neerwaartse druk te genereren en het overgewicht van de auto te verminderen en zo die zwakke plekken aan te pakken. Verstappen hoopt dat die wijzigingen het tij kunnen keren.
Ook sprak hij over het politiek geladen onderwerp van motorreglementen voor 2027/2028: fabrikanten zouden vooral eigen belangen nastreven, wat tot compromissen leidt. Hij is niet te spreken over ingewikkelde energieverdelingen die recentelijk ter discussie stonden, en benadrukt dat het ontbreken van batterijondersteuning merkbaar is voor de prestaties. Wel staat hij positief tegenover het geplande 58/42-scenario voor volgend jaar en juicht hij de terugkeer van V8-motoren rond 2030/2031 toe als een goede ontwikkeling voor de sport.