Waarom Canada het meest onberekenbare circuit in de F1 is: 40 keer was de safety car nodig
In dit artikel:
Het Circuit Gilles Villeneuve in Montreal is historisch gezien het circuit waarop de safety car het vaakst moest uitkomen: meer dan 40 keer tijdens Grands Prix tussen 1978 en 2025. De allereerste verschijning van een safety car in de Formule 1 vond ook bij de Canadese GP plaats (in 1973 op Mosport), wat de lange band met incidenten onderstreept.
De oorzaken liggen in het ontwerp van het circuit: het ligt op een kunstmatig eiland in de St. Lawrence-rivier en wordt omsloten door betonnen muren en vangrails zonder ruime uitloopstroken. Lange rechtstanden gevolgd door zware remzones en krappe chicanes straffen kleine fouten meteen af. De pitstraat is met 417 meter één van de kortste, waardoor teams sneller atypische stops wagen en zo extra onvoorspelbaarheid creëren.
Het hoogtepunt van die onvoorspelbaarheid was de race van 2011: gestart achter de safety car door hevige regen, een meer dan twee uur durende rode vlag en in totaal zes periodes met de safety car — een record voor één race. Die wedstrijd duurde 4 uur, 4 minuten en 39 seconden (de langste in F1-geschiedenis) en leverde een opmerkelijke zege op van Jenson Button, die vanaf de laatste plaats terugknokte en in de allerlaatste ronde de leiding overnam nadat Sebastian Vettel van de baan ging.
Voor 2026 komt daar een extra factor bij: het evenement is een sprintweekend. Minder tijd om te testen op een al onvoorspelbaar circuit, nieuwe technische reglementen en een kans op regen vergroten de foutkans en daarmee de waarschijnlijkheid dat de safety car opnieuw een prominente rol speelt.