Waarom Hadjar zijn Monaco-podium tóch mocht houden ondanks FIA-onderzoek
In dit artikel:
Isack Hadjar stond na het Monacoweekend even met bonzend hart: tijdens de rode vlag-fase had Red Bull aan zijn RB22 moeten werken omdat de power unit problemen gaf en men vreesde dat de motor de race niet zou overleven. Na een vrijdagcrash — zijn teammaat Max Verstappen werd genoemd als referentie — eindigde Hadjar zondag toch op het podium naast prins Albert van Monaco, in eerste instantie geholpen doordat Pierre Gasly na de finish een straf kreeg.
Red Bulls sportief directeur Laurent Mekies lichtte toe dat de auto al vroeg in de race motorproblemen vertoonde, wat grote invloed had op energiemanagement en rembalans. Tijdens de neutralisatie probeerde het team het probleem te verhelpen, maar er ontstond onduidelijkheid over wat de FIA toestond. Volgens Mekies kreeg het team de instructie om de originele onderdelen te laten zitten.
De wedstrijdleiding constateerde achteraf dat er wél aan Hadjars bolide was gewerkt, wat normaal verboden is, maar oordeelde dat er vanwege veiligheidsrisico’s sprake was van een uitzondering. Daardoor bleef Hadjar officieel derde en kreeg hij geen straf. Alpine — het team van Gasly — voert nog procedurele stappen tegen een andere beslissing van de stewards in de hoop posities terug te winnen.