Waarom Verstappen zo fel is over de nieuwe F1-wagens
In dit artikel:
Max Verstappen uit felle kritiek op de nieuwe Formule 1-wagens en regels. Tegen GPblog, tijdens de wintertest in Bahrein, zei hij openlijk dat hij het niet leuk vindt om ermee te rijden en dat het “niet echt als Formule 1” aanvoelt — naar zijn zeggen eerder “Formule E op steroïden”. Verstappen gaf aan vorig jaar bewust te hebben geweigerd de 2026‑wagen in de simulator te testen omdat hij die snel als “verschrikkelijk” ervaarde en daarom langer met de 2025‑auto wilde blijven rijden.
De kritiek van Verstappen wordt gedeeld door andere topcoureurs: Lewis Hamilton noemde de nieuwe reglementen complex en moeilijk te doorgronden voor toeschouwers, en Sergio Pérez zei dat de bolides nu meer op Formule E lijken dan op klassieke F1‑auto’s. De kern van de onvrede ligt bij de toegenomen nadruk op energie‑ en batterijmanagement: teams en rijders moeten nauwkeurig bepalen wanneer elektrische energie wordt ingezet, waardoor racen steeds meer een spel van strategieën en algoritmes wordt. Op sommige circuits betekent dit dat coureurs bewust langzamer door bochten moeten om op het rechte stuk sneller te zijn — een afweging van tienden die het rijplezier volgens critici aantast.
Verstappen waarschuwt dat zulke veranderingen zijn toekomst in de sport kunnen beïnvloeden. Hij zei dat hij alleen doorgaat zolang het leuk en competitief is en suggereerde dat hij eerder kan stoppen als de auto’s hem niet bevallen. Voor fans en de Formule 1 zelf is dat zorgelijk: het dreigt een van de grootste sterren van de sport te verliezen als technische veranderingen het spektakel en het rijplezier ondermijnen.
Kortom: de modernisering en vergroting van de elektrische component in de F1‑motoren leidt tot meer management en minder puur racen, wat tot ontevredenheid bij toprijders en twijfels over de aantrekkingskracht van de sport heeft geleid.