Wat de bijzondere nieuwe telemetriegegevens aanwijzen bij Red Bull en Mercedes
In dit artikel:
Na week één in Bahrein maakte Mercedes‑teamchef Toto Wolff zich zorgen: Red Bull leek met zijn energy deployment op de rechte stukken een onnavolgbare voorsprong te hebben. Na de tweede testweek nuanceert de telemetrie dat beeld weliswaar, maar Red Bull blijft op verschillende plaatsen dominant.
GPblog vergeleek de persoonlijk snelste ronden van dag 5 (Verstappen, Lando Norris, Kimi Antonelli en Lewis Hamilton). Daaruit blijkt dat Verstappen opnieuw voordeel heeft richting bocht 1 en bocht 4, met opvallend hogere snelheden dan McLaren, Ferrari en Mercedes op die stukken. McLaren toont op zijn beurt een piek tussen bochten 12 en 13 waar Norris sneller is dan Verstappen, en Ferrari springt er weer uit bij bocht 14. Sommige uitgesproken verschillen (bijvoorbeeld bijna 70 km/u volgens de data) lijken echter te extreem om volledig representatief te zijn.
Op dag 6 vroegen de FIA/organisatoren teams minder elektrisch vermogen te gebruiken om batterijknelpunten te onderzoeken. Die sessie (vergelijking van Leclerc, Verstappen, Norris en Russell) bracht McLaren dichterbij: Norris haalde bijvoorbeeld 322 km/u richting bocht 1 tegenover 312 km/u van Verstappen, terwijl Verstappen bij bocht 4 nog steeds de snelste bleef. Ook hier wisselen sectorvoordelen tussen teams en blijft Mercedes op sommige plekken wat tekortkomen.
Belangrijke kanttekeningen: brandstofladingen, motormodi, bandenkieze n en andere testinstellingen verschillen per run en zijn niet openbaar, dus de getoonde snelheden geven geen definitieve rangorde. Testdata tonen trends — waar teams sterk zijn met hun ERS‑gebruik en aero‑afstemming — maar de echte balans wordt pas in de eerste Grand Prix en gedurende het ontwikkelingsseizoen zichtbaar. Voorlopig lijkt Verstappen tevreden, maar niemand heeft tijdens de tests zijn volledige kaart opengeklapt.