Zak Brown noemt McLaren nog niet op piek ondanks wereldtitels en recordomzet

vrijdag, 8 mei 2026 (08:56) - F1headline.nl

In dit artikel:

Zak Brown waarschuwt voor zelfvoldoening nu McLaren op het hoogste punt staat: dubbel wereldkampioen, recordomzet, een uitgebreide sponsorlijst, actieve deelname aan IndyCar en plannen voor Le Mans en zelfs een eigen golfbedrijf. Toch ziet hij dit niet als een eindstation; Brown somt ambitieuze doelen op: de Indy500 winnen, het IndyCar-kampioenschap binnentrekken, Le Mans en het WEC-kampioenschap veroveren en zelfs de Masters in golf winnen — de Triple Crown is volgens hem eerder het begin van een groter plan.

Brown schetst een scherp contrast tussen het huidige succes en de situatie waarin hij het team aantrof. “Het was een puinhoop,” zegt hij over de interne staat van McLaren toen hij aantrad: politiek gedreven, ontevreden medewerkers, weinig sponsors en een historisch slecht seizoen met ongeveer 35 punten. Tijdens de coronaperiode kwam het team zelfs dicht bij omvallen; Brown erkent dat hij “doodsbang” was. McLaren moest gebouwen, auto’s en delen van het raceteam verkopen om te overleven, en kreeg steun van aandeelhouders en externe partijen — later zijn die activa stuk voor stuk teruggekocht en is de waardering van het concern volgens Brown explosief gestegen van zo’n 560 miljoen pond tot meer dan 4 miljard dollar.

Zijn herstelstrategie had twee pijlers: hernieuwde merkwaarde en commerciële groei. Brown transformeerde het imago van McLaren van een koud, gesloten “Darth Vader”-beeld naar een kleurrijker, vriendelijker merk (de terugkeer naar papayakleur was daar een bewust symbool van). Door meer zichtbaarheid — evenementen zoals McLaren Live voor fans die normaal geen race bezoeken — en scherpere sponsorproposities lukte het hem sponsors aan te trekken en meer inkomsten te genereren. Dat geld leidde weer tot betere coureurs, infrastructuur en technische middelen, wat op zijn beurt de prestaties op de baan versterkte.

Brown’s eigen achtergrond speelt een grote rol in hoe hij leiding geeft. Hij begon als coureur-aspirant, bouwde Just Marketing International (JMI) op en leerde sponsorrelaties te vormen door bedrijven te helpen groeien in plaats van alleen om geld te bedelen. Belangrijke contacten zoals John Hogan en Bernie Ecclestone gaven hem toegang tot de hoeders van de Formule 1 en vormden een springplank naar grotere kansen. Hij verkocht JMI gefaseerd en werkte daarna als group CEO in bredere sportactiviteiten, maar zijn hart bleef bij autosport, golf, honkbal, ijshockey en tennis — de disciplines waarop hij zich wil focussen.

Commercieel ziet Brown nog veel groeimogelijkheden, vooral door digitalisering en media: data, technologie en verhalen buiten de baan (zoals via Netflix) vergroten de aantrekkingskracht van de sport. Geografisch ligt volgens hem extra potentie in de Asia-Pacific-regio (Korea, Zuid-Afrika, een tweede race in China, Taiwan, Bangkok) en Noord-Amerika, hoewel de kalender beperkt is. Strategische keuzes worden gemaakt: McLaren trok zich uit Formula E, omdat die tak minder goed bij de autoproductie en merkpositionering past; WEC en Le Mans passen historisch en technisch beter bij McLaren, terwijl IndyCar de zichtbaarheid in Noord-Amerika vergroot.

Brown benadrukt leiderschap als mensenwerk: een baas hoeft niet in alles technisch specialist te zijn, maar moet goede mensen aantrekken, motiveren en middelen bieden. Zijn commerciële achtergrond — sponsors overtuigen door bedrijfswaarde te creëren — bleef cruciaal bij het herstel. Waar vroeger sidepod-ruimte tot creatieve sponsoroplossingen leidde, is het nu een team met herwonnen trots en middelen.

Kort samengevat: McLaren is sportief en commercieel terug op het hoogste niveau, maar Zak Brown remt de euforie, wijst op recente bijna-faillissementen en drijft op een brede, ambitieuze agenda om het succes vast te houden en verder uit te bouwen — zowel op circuits (F1, IndyCar, Le Mans, WEC) als daarbuiten (golf, digitale producten, wereldwijde expansie).